Deniece Wildschut

Kapoentjes onwetendheid

Daar hing hij, bungelend aan een brei van ragfijne draadjes. Een onschuldig lieveheersbeestje, dat ik toen ik klein was ‘kapoentje’ noemde; zo wilde ik geschminkt worden. Degene met de spons in handen had echter geen idee wat ik bedoelde, weet ik nog, of vond mijn woordkeuze bijzonder. Ik herinner me nog een opgetrokken wenkbrauw en een soort toelichting van een mede-schminker.

Maar goed. Het kapoentje hing daar te bungelen, in dat spinnenweb, waarschijnlijk niet langer in leven. Maar de dood was niet wat me trof, eigenlijk. Wat naar binnen echode was meer, wederom, het besef dat je deel bent van een milieu. In hoeverre moet je, of kun je je, losmaken uit de omgeving waarvan je deel bent? Wat als je omgeving vervuild is en jij bloedfanatiek biologische wortelen knaagt? Los van het feit dat die wortelen waarschijnlijk lang niet vrij zijn van chemische deeltjes, omdat ze deel zijn van een systeem dat vervuild is, is de vraag wat je ermee opschiet. Let wel, ik ben absoluut voor biologisch, maar goed… het is iets wat ik soms overpeins. Want wat nu als ik goed kies in een slecht systeem en er chemische troep op mijn aardbeien regent of de aardappelen tot rijping komen in slecht verzorgde grond…

Maar dat kapoentje dus. Dood. Onlosmakelijk verbonden met zijn omgeving. En toch, wij mensen kunnen wel iets veranderen, misschien. Dat lieveheersbeestje kan wel balen van de chemische pestzooi, maar kan er bij mijn weten weinig aan doen. Maar als wij iets onacceptabel vinden, kunnen we in elk geval ogenschijnlijk effectieve stapjes naar beter ondernemen. Wat machteloos eigenlijk, om lieveheersbeestje te zijn. Alhoewel: ignorance is bliss. En hoe machteloos ben ik eigenlijk, al kan ik illusoire stappen naar beter zetten; ik zie een gekunstelde wereld waarin mensen leven in kassen (huizen) met kunstmatig licht op hun kop, moeten performen als robots, van negen tot vijf, op een aardbol met horrorplekken waar ontelbaar vele dieren kunstmatig worden geboren, leven en sterven. Waar dieren naar wens worden gecreëerd, om meer of smaakvoller vlees te creëren. Waar bizarre hoeveelheden voedsel naar dieren gaan die wij willen opeten, terwijl er mensen op onze aardbol sterven van de honger. Waar onze essentie is vergeten, onze band met al wat ons omringd wordt genegeerd.

Laten we in hemelsnaam slapen als we moe zijn, samen eten, samen zijn, samen voedsel verbouwen en kiezen voor puur en klein, voor eenvoud en smaakvol, voor kaarslicht en dampende duisternis. Voor het leven zoals het kan zijn en geduldig voortbestaat onder het juk van kunstmatige processen die groei zouden moeten betekenen, maar die absoluut niets van doen hebben met wat het is om mens te zijn. Nee, wat het is om te leven – als deel van alles om ons heen waarvan we deel uitmaken. En wat deel van ons is. Omdat alles in elkaar overloopt en niets op zich staat.

Want waarom vragen we niet, als de buurman een flesje tevoorschijn tovert en zijn gazon besproeit, wat hij in dat flesje heeft zitten. Gewoon omdat die tuin niet zijn tuin is, maar deel van de tuin van ons allemaal. Waarom horen we zelden dat ziekmakende chemische stoffen steeds moeilijker uit ons drinkwater te houden zijn (maar sowieso op onze hoofden regenen, omdat ze deel gaan uitmaken van ons ecosysteem – door ons eigen toedoen). Is het niet voor jezelf, dan wel voor je kinderen of de toekomst van de aarde. Of jezelf. Of die buurman in kwestie, en diens dierbaren. En de mieren en wormen en kevers en alles wat leeft in en rond die aarde, die zo hardhandig wordt toegetakeld door mensen die zich invloedrijker wanen dan een lieveheersbeestje.

Alle kapoentjes nog aan toe.

Verder Bericht

© 2021 Deniece Wildschut

Thema door Anders Norén